ECLI:NL:RBAMS:2005:AU2949
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- L.E. Kalff
- P.B. Martens
- Rechtspraak.nl
Beslissing over overlevering voor strafvervolging en weigering tenuitvoerlegging vervangende vrijheidsstraf
De rechtbank Amsterdam behandelde op 2 september 2005 een vordering tot overlevering van een persoon aan Duitse justitiële autoriteiten op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit bevel betrof zowel strafvervolging wegens oplichting als de tenuitvoerlegging van een vervangende vrijheidsstraf van 60 dagen.
De opgeëiste persoon, met Turkse nationaliteit en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, werd bijgestaan door een advocaat en een tolk. De rechtbank stelde vast dat de feiten waarvoor overlevering werd gevraagd onder het begrip oplichting vielen en dat de strafbaarheid volgens Duits recht was gegeven. Het onschuldverweer van de opgeëiste persoon werd verworpen wegens gebrek aan bewijs.
De rechtbank oordeelde dat de overlevering voor de tenuitvoerlegging van de vervangende vrijheidsstraf niet kon worden toegestaan omdat deze straf korter was dan de in de wet vereiste vier maanden. Tevens werd de toepasselijkheid van artikel 74 OLW Pro besproken, waarbij werd vastgesteld dat het Duitse kaderbesluit rechtsgeldig was geïmplementeerd voor uitgaande EAB's, waardoor de OLW van toepassing bleef.
Uiteindelijk werd de overlevering toegestaan voor het strafrechtelijk onderzoek, maar geweigerd voor de tenuitvoerlegging van de vervangende vrijheidsstraf. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Overlevering toegestaan voor strafvervolging, geweigerd voor tenuitvoerlegging vervangende vrijheidsstraf van 60 dagen.