ECLI:NL:RBAMS:2005:AT9954
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.D. Bonga-Sigmond
- P.B. Martens
- J.L. Hillenius
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering van EU-burger aan Hongarije ondanks betwisting verblijfsrecht en onrechtmatige aanhouding
De rechtbank Amsterdam behandelde op 22 juli 2005 een verzoek tot overlevering van een in Nederland gedetineerde Hongaarse staatsburger aan Hongarije op grond van twee vonnissen bij verstek. De opgeëiste persoon betwistte onder meer de rechtmatigheid van zijn aanhouding en voerde dat hij als EU-burger recht heeft op verblijfsrecht in Nederland, met beroep op artikel 12 EG Pro-Verdrag (non-discriminatie). De rechtbank oordeelde dat de aanhouding, hoewel onrechtmatig op basis van Interpolsignalering, geen ontoelaatbaarheid van overlevering rechtvaardigt omdat de onrechtmatigheid was hersteld.
De rechtbank stelde vast dat de opgeëiste persoon onvoldoende heeft aangetoond dat hij legaal in Nederland verblijft, mede omdat hij beschikte over vervalste reisdocumenten en onvoldoende middelen van bestaan kon aantonen. Het beroep op artikel 12 EG Pro-Verdrag werd daarom verworpen. De Hongaarse autoriteiten gaven garanties dat de opgeëiste persoon na overlevering een nieuw proces kan aanvragen, wat aan de voorwaarden van de Overleveringswet voldoet.
De feiten waarvoor overlevering wordt gevraagd zijn strafbaar in zowel Hongarije als Nederland. De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke eisen voor overlevering is voldaan en stond de overlevering toe, met uitzondering van een specifiek feit dat niet langer strafbaar is. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Hongarije toe, met uitzondering van een feit waarvoor de strafbaarheid is vervallen.