ECLI:NL:RBAMS:2005:AT5953
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over overschrijding redelijke termijn in Europees aanhoudingsbevelprocedure
De rechtbank Amsterdam behandelt een vordering op grond van artikel 23 van Pro de Overleveringswet inzake een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Spaanse autoriteiten tegen een opgeëiste persoon die sinds 27 maart 1997 in Spanje wordt onderzocht. De rechtbank constateert een flagrante overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, aangezien het onderzoek ruim acht jaar duurt zonder dat een rechtszaak is aangevangen.
Tijdens de zittingen van 22 april en 13 mei 2005 is gebleken dat de verstrekte informatie van de Spaanse autoriteiten onvoldoende duidelijkheid biedt over de oorzaken van de langdurige onderzoeksduur. De rechtbank benadrukt dat in uitzonderlijke gevallen iedere extra dag van vertraging een onomkeerbare schending van fundamentele rechten kan betekenen, zoals verwoord in artikel 11 OLW Pro.
De rechtbank besluit het onderzoek te schorsen en stelt nadere vragen aan de Spaanse justitiële autoriteiten over de verrichte onderzoekshandelingen, de genomen stappen om de duur te beperken en de datum van aanvang van de rechtszaak. Tevens wordt de termijn verlengd met ingang van 1 juni 2005 en wordt de opgeëiste persoon opgeroepen voor een vervolgzitting op 24 juni 2005. Tegen deze tussenuitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de onderzoekstermijn en stelt nadere vragen aan de Spaanse autoriteiten over de lange duur van het strafrechtelijk onderzoek.