ECLI:NL:RBAMS:2005:AS4573
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- P.B. Martens
- J.N.A. Jolink
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens oplichting
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een persoon aan België op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) van 13 december 2004. Het EAB betrof verdenking van oplichting en/of gebruik van valse stukken, strafbare feiten volgens Belgisch recht. De opgeëiste persoon ontkende schuld, maar kon dit niet aantonen tijdens de zitting.
De verdediging voerde aan dat de weigering van de Belgische autoriteiten om inzage te geven in het strafdossier de verdediging onmogelijk maakte en dat er sprake was van een weigeringgrond omdat delen van de feiten op Nederlands grondgebied waren gepleegd. De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie ontvankelijk was en dat de weigeringgrond niet van toepassing was, mede omdat het zwaartepunt van de feiten in België lag en er geen zelfstandig onderzoek in Nederland was.
Verder werd betoogd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege verzuim met betrekking tot artikel 23, lid 6, OLW, maar dit werd verworpen omdat dit artikel betrekking heeft op interne organisatie en niet op de belangen van de opgeëiste persoon.
De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke eisen was voldaan en stond de overlevering toe. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan België toe voor vervolging wegens oplichting.