ECLI:NL:RBAMS:2005:AS4568
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- P.B. Martens
- J.N.A. Jolink
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens oplichting en vervalsing
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een verdachte aan België op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Belgische justitiële autoriteiten. Het EAB betreft strafbare feiten zoals oplichting en vervalsing van administratieve documenten, waarvoor in België een straf van minimaal drie jaar geldt.
De verdachte betwistte zijn schuld, maar kon dit niet aantonen tijdens de zitting. Zijn raadsman voerde aan dat het ontbreken van inzage in het Belgische strafdossier de verdediging belemmerde en pleitte voor niet-ontvankelijkheid van de Nederlandse officier van justitie. De rechtbank oordeelde echter dat de officier van justitie ontvankelijk was en dat het onschuldverweer onvoldoende was onderbouwd.
Verder werd het bezwaar tegen overlevering op grond van gedeeltelijke feitenpleging in Nederland (artikel 13 OLW Pro) besproken. De officier van justitie verzocht af te zien van deze weigeringgrond vanwege het belang van vervolging in België en het feit dat slechts enkele feiten deels in Nederland plaatsvonden. De rechtbank vond dit verzoek redelijk en verwierp het verweer van de raadsman.
Ook een procedureel bezwaar over het niet informeren van een andere officier van justitie werd afgewezen, omdat dit geen invloed heeft op de ontvankelijkheid of de overlevering zelf. De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke eisen was voldaan en stond de overlevering toe. Tegen dit besluit is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan België toe voor strafvervolging wegens oplichting en vervalsing.