ECLI:NL:RBAMS:2004:AS3861
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.R.M. Vermolen
- F. Salomon
- R. de Ruijter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot onmiddellijke invrijheidstelling in overleveringszaak
De rechtbank Amsterdam behandelde op 3 september 2004 het verzoek tot onmiddellijke invrijheidstelling van een opgeëiste persoon die gedetineerd is in het Huis van Bewaring Almere Binnen. De raadsvrouw betoogde dat de detentie in strijd was met artikel 5 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en het Europese kaderbesluit over het Europees Aanhoudingsbevel (EAB), omdat geen rechterlijke beslissing over de detentie zou zijn genomen.
De rechtbank overwoog dat de gronden voor de overleveringsdetentie nog steeds aanwezig zijn en dat de detentie daarom niet kan worden opgeheven. Tevens oordeelde de rechtbank dat het kaderbesluit niet vereist dat uitsluitend de rechtbank Amsterdam als rechterlijke autoriteit wordt gezien, maar dat ook andere bevoegde autoriteiten volgens het nationale recht kunnen optreden. Dit strookt met de implementatie van het kaderbesluit in de Nederlandse Overleveringswet.
Verder stelde de rechtbank dat het beroep op artikel 5 EVRM Pro, eerste lid onder c, niet opgaat omdat de vrijheidsbeneming in deze procedure onder een ander lid valt. Ook is er geen strijd met artikel 5, vierde lid, omdat het bevel tot inverzekeringstelling door zowel de rechtbank als de officier van justitie kan worden opgeheven. Het verzoek tot onmiddellijke invrijheidstelling werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot onmiddellijke invrijheidstelling van de opgeëiste persoon is afgewezen.