ECLI:NL:RBAMS:2004:AR4220
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.D. Bonga-Sigmond
- P.B. Martens
- J.N.A. Jolink
- Rechtspraak.nl
Weigering overlevering wegens onvolledig Europees aanhoudingsbevel en onvoldoende wettelijke gronden
De rechtbank Amsterdam behandelde op 1 oktober 2004 de vordering tot overlevering van een verdachte aan de Belgische justitiële autoriteiten op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) van 11 juni 2004. Het EAB ontbrak de vereiste vermelding van het besluit waarop het bevel is gebaseerd, een essentieel onderdeel volgens artikel 2, tweede lid, onder c, van de Overleveringswet en het Europese Kaderbesluit.
De officier van justitie stelde dat het ontbreken van deze vermelding geen gevolgen had voor de toelaatbaarheid van de overlevering, maar de rechtbank oordeelde anders. De rechtbank concludeerde dat het EAB niet voldeed aan de wettelijke eisen en daarom de overlevering moest worden geweigerd. Daarnaast merkte de rechtbank op dat de Belgische autoriteiten niet voldoende hadden aangetoond dat de feiten waarvoor overlevering werd gevraagd strafbaar waren met een vrijheidsstraf van ten minste drie jaar volgens Belgisch recht.
De rechtbank besloot daarom de overlevering niet toe te staan en hief het eerder gegeven bevel tot gevangenneming op, met ingang van het moment dat de detentie uit andere hoofde zou eindigen.
Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering van de verdachte aan België wegens een onvolledig Europees aanhoudingsbevel en onvoldoende wettelijke gronden.