ECLI:NL:RBAMS:2004:AR4218
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.D. Bonga-Sigmond
- P.B. Martens
- J.N.A. Jolink
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering aan Zweden op grond van Europees Aanhoudingsbevel wegens zware mishandeling en wederrechtelijke vrijheidsberoving
De rechtbank Amsterdam behandelde op 8 oktober 2004 de vordering tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan Zweden op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de District Prosecutor te Malmö. De verdachte wordt verdacht van drie strafbare feiten, waaronder zware mishandeling en wederrechtelijke vrijheidsberoving, die ook onder Nederlands recht strafbaar zijn.
De rechtbank stelde vast dat de feiten niet als gering ('petty') kunnen worden beschouwd en dat aan de vereisten van de Overleveringswet is voldaan. De verdediging voerde onder meer aan dat een deskundige moest worden benoemd om de psychische gesteldheid van de verdachte te onderzoeken en dat de fax van de Zweedse liaison officer niet als bewijs mocht dienen, maar deze verweren werden verworpen.
Verder gaf de Zweedse justitiële autoriteit een terugkeergarantie dat de verdachte, indien tot een vrijheidsstraf wordt veroordeeld, deze in Nederland mag uitzitten. De rechtbank concludeerde dat de overlevering toegestaan moet worden en dat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Zweden toe op grond van het Europees aanhoudingsbevel.