ECLI:NL:RBAMS:2004:AQ6507
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.D. Bonga-Sigmond
- P.B. Martens
- J.N.A. Jolink
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens handel in verdovende middelen
De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek tot overlevering van een verdachte aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) wegens handel in verdovende middelen. De verdachte was niet verschenen op de zitting, ondanks tijdige oproeping, en zijn raadsman had hem geadviseerd niet te verschijnen, wat gevolgen had voor de schorsing van zijn voorlopige hechtenis.
Het EAB betrof professionele cannabisplantages met circa 700 planten per locatie, inclusief de bijbehorende apparatuur. De rechtbank stelde vast dat de datering van het EAB correct was en dat het gedoogbeleid niet van toepassing was op de feiten. De verdachte ontkende schuld, maar kon dit niet aantonen en er was geen vermoeden van onschuld.
De rechtbank beoordeelde of de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar waren, gelet op het gedoogbeleid en de hoeveelheid softdrugs. De feiten kwalificeerden als medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. De rechtbank zag af van de weigeringgrond wegens goede rechtsbedeling en accepteerde de garantie dat een eventuele straf in Nederland kan worden uitgezeten.
Gelet op de naleving van de voorwaarden van de Overleveringswet werd de overlevering toegestaan en de schorsing van de overleveringsdetentie opgeheven.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan België toe en heft de schorsing van de overleveringsdetentie op.