ECLI:NL:RBAMS:2004:AP7224
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid bestuursrechter bij benadeling ambtenaren in ondernemingsraad
De ondernemingsraad van ’t Nieuwe Lloyd vorderde in kort geding onder meer de opheffing van de schorsing van haar voorzitter, die tevens ambtenaar is, en het naleven van een convenant met de bestuurder. De voorzitter en twee medewerkers waren geschorst vanwege vermeende onregelmatigheden binnen het project Work-Wise Nederland, wat door de ondernemingsraad werd betwist en toegeschreven aan een conflict met de bestuurder.
De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van artikel 21 van Pro de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) de bestuursrechter en niet de burgerlijke rechter bevoegd is wanneer ambtenaren worden benadeeld. Dit betekent dat de ondernemingsraad niet-ontvankelijk is in haar vorderingen tot opheffing van de schorsing en het voorkomen van rechtspositionele maatregelen jegens ambtenaren. De ondernemingsraad kon bezwaar maken bij de Minister en de bestuursrechter.
Ten aanzien van de vordering tot nakoming van het convenant tussen ondernemingsraad en bestuurder stelde de rechter vast dat de bestuurder het convenant mocht aanpassen vanwege gewijzigde omstandigheden en dat de ondernemingsraad geen spoedeisend belang had bij toewijzing van deze vordering. De ondernemingsraad werd niet in de kosten veroordeeld.
Uitkomst: De ondernemingsraad is niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen tot opheffing van de schorsing van haar voorzitter en het voorkomen van rechtspositionele maatregelen jegens ambtenaren.