ECLI:NL:RBAMS:2012:BV9389
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.D. Reiling
- P.H.A. Knol
- A.D. Belcheva
- Rechtspraak.nl
Beroep van ondernemingsraad tegen handhaving disciplinaire straffen aan leden niet-ontvankelijk wegens ontbreken van nieuw feiten
De ondernemingsraad (OR) van de Penitentiaire Inrichting Amsterdam heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Veiligheid en Justitie om niet terug te komen op disciplinaire straffen die aan twee leden van de Onderdeelscommissie zijn opgelegd. De straffen waren eerder onherroepelijk vastgesteld en het bezwaar ongegrond verklaard. De OR stelde dat sprake was van benadeling in strijd met artikel 21 van Pro de Wet op de ondernemingsraden (WOR).
De rechtbank oordeelde dat de OR als belanghebbende ontvankelijk was, maar dat de beslissingen op bezwaar onherroepelijk zijn geworden doordat geen tijdig beroep was ingesteld. Het advies van de Bedrijfscommissie, waarop de OR zich beroept als nieuw feit, werd niet als zodanig erkend omdat het slechts een andere waardering van reeds bekende feiten betrof.
Daarmee ontbrak het aan nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zoals vereist in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om terug te komen op eerdere besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de ondernemingsraad wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.