ECLI:NL:RBAMS:2004:AO9686

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 mei 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
13/127408-03
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende betrouwbaar bewijs in moordzaak uit 1988

De rechtbank Amsterdam behandelde een strafzaak betreffende de moord op mevrouw G.M. de Vries uit 1988. Twee verdachten werden beschuldigd, maar de rechtbank vond het bewijs onvoldoende om hen te veroordelen.

De zaak berustte voornamelijk op getuigenverklaringen, aangezien technisch bewijs ontbrak. De rechtbank concludeerde dat de verklaringen van getuigen onbetrouwbaar en niet geloofwaardig waren, mede door het lange tijdsverloop en wisselende verklaringen van belangrijke getuigen. Dit leidde tot ernstige twijfel over de betrouwbaarheid van het bewijs.

Hoewel de rechtbank erkende dat er voldoende gronden waren voor voorlopige hechtenis en inverzekeringstelling, kon het telastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen worden. Daarom sprak de rechtbank de verdachten vrij en hief het bevel tot voorlopige hechtenis op.

Uitkomst: Verdachten vrijgesproken wegens onvoldoende betrouwbaar bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Parketnummer: [nummer]
Datum uitspraak: 18 mei 2004
op tegenspraak
VERKORT VONNIS
van de rechtbank Amsterdam, negende meervoudige kamer B, in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het [adres], [woonplaats],
gedetineerd in het [Huis van Bewaring.].
De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 19 maart 2004, 13 mei 2004 en 14 mei 2004.
1. Telastelegging
Aan verdachte is telastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding zoals ter terechtzitting gewijzigd. Van de dagvaarding en de vordering wijziging telastelegging zijn kopieën als bijlagen 1 en 2 aan dit vonnis gehecht. De gewijzigde telastelegging geldt als hier ingevoegd.
2. Voorvragen
3. Waardering van het bewijs
De rechtbank acht het telastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.
De rechtbank overweegt als volgt.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte de telastegelegde feiten heeft begaan.
De rechtbank is van oordeel dat om tot bewezenverklaring te concluderen, het bewijs gebaseerd zou moeten zijn op getuigenverklaringen, nu technisch bewijs niet voorhanden is.
De rechtbank acht de door verschillende getuigen afgelegde belastende verklaringen onbetrouwbaar en niet geloofwaardig. Bij de beoordeling van de verklaringen van getuigen is de hoeveelheid juiste en onjuiste informatie die betrokkenen sinds 1988, het tijdstip van overlijden van [slachtoffer], hebben ontvangen van groot belang. Het tijdsverloop en het feit dat in onderhavige zaak is gebleken dat in de kring van betrokkenen de moord op het slachtoffer steeds naar voren kwam, kunnen een ernstige verstoring van de oorspronkelijke herinneringen hebben veroorzaakt.
Voorts stelt de rechtbank vast dat met name de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] in de loop der tijd sterk wisselende verklaringen hebben afgelegd.
Deze omstandigheden in aanmerking nemende is de rechtbank van oordeel dat niet tot bewezenverklaring kan worden geconcludeerd.
Voornoemde waardering van de bewijsmiddelen neemt evenwel niet weg, dat de rechtbank van oordeel is dat het bevel tot inverzekeringstelling en de daarop volgende bevelen tot voorlopige hechtenis, alsmede het daarmee samenhangende bevel alle beperkingen met juistheid zijn gegeven, nu uit de feitelijke omstandigheden van de strafzaak is gebleken van verdenking en ernstige bezwaren tegen verdachte en er ook gronden bestonden die voornoemde bevelen rechtvaardigden.
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
4. Beslissing
Verklaart het telastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door
mr. T.G. van der Schroeff, voorzitter,
mrs. W.M.C. van den Berg en J.N.A. Jolink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R. Moese, griffier
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 mei 2004.