ECLI:NL:RBAMS:2003:AN9320
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kantonrechter bij effectenlease-overeenkomst gekwalificeerd als huurkoop
In deze zaak staat de vraag centraal of de kantonrechter bevoegd is om een geschil tussen eisers en Dexia te behandelen over een effectenlease-overeenkomst. Dexia betwist de bevoegdheid en verzoekt verwijzing naar de civiele sector, stellende dat de overeenkomst geen koop op afbetaling betreft, maar een sui generis effectenlease.
Eisers hebben een lease-overeenkomst gesloten met Bank L., waarvan Dexia sinds 2000 rechtsopvolger is. De overeenkomst betreft een pakket aandelen met een looptijd van 180 maanden en een betalingsverplichting inclusief rente. Eisers stellen dat de overeenkomst als huurkoop moet worden beschouwd, waardoor de kantonrechter bevoegd is.
De rechtbank oordeelt dat effecten als vermogensrechten vatbaar zijn voor koop op afbetaling en dat de overeenkomst voldoet aan de voorwaarden van huurkoop, ondanks dat de levering van effecten niet stoffelijk is maar via administratieve bijschrijving plaatsvindt. Dexia's betwisting van termijnbetalingen en eigendomsoverdracht wordt verworpen.
De kantonrechter wijst de vordering van Dexia tot onbevoegdverklaring af en bepaalt dat de hoofdzaak door de kantonrechter behandeld moet worden. De beslissing over de kosten van het incident wordt aangehouden tot de eindbeslissing in de hoofdzaak.
Uitkomst: De kantonrechter is bevoegd en wijst de vordering van Dexia tot onbevoegdverklaring af.