ECLI:NL:RBAMS:2002:AF1876
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ongeldigverklaring rijbewijs wegens vermoeden alcoholmisbruik
Verzoeker veroorzaakte op 26 mei 2001 een aanrijding en meldde zich de volgende dag in verwarde toestand bij de Koninklijke Marechaussee. Op basis hiervan en eerdere alcoholgerelateerde veroordelingen werd door de Minister besloten verzoeker te onderwerpen aan een onderzoek naar rijgeschiktheid.
Twee psychiatrische onderzoeken concludeerden dat sprake was van alcoholmisbruik, waarbij het tweede onderzoek aannam dat verzoeker vermoedelijk begin januari 2002 was gestopt met alcoholmisbruik. Desondanks verklaarde de Minister op 7 mei 2002 het rijbewijs van verzoeker ongeldig voor alle categorieën.
Verzoeker voerde aan dat de diagnose onjuist was en dat hij niet onder invloed was tijdens het ongeval. De voorzieningenrechter oordeelde dat de bestuurlijke maatregel los staat van strafrechtelijke afhandeling en dat het algemeen belang van verkeersveiligheid zwaarder weegt dan het persoonlijk belang van verzoeker.
De rechter vond geen gebreken in de rapportages van deskundigen en concludeerde dat het besluit van de Minister terecht was genomen. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt afgewezen.