ECLI:NL:RBAMS:2002:AE1934
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.N.A. Josephus Jitta
- S. van Eunen
- A.M. Ruige
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en boete wegens onvolledige belastingaangifte en omkoping
De rechtbank Amsterdam heeft op 25 april 2002 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, waarin hem meerdere feiten werden ten laste gelegd, waaronder het doen van onjuiste belastingaangiften en het omkopen van derden. De rechtbank verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk voor feiten die verjaard waren, namelijk die gepleegd voor respectievelijk 11 maart 2000 en 11 maart 1996.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond voor het financieel voordeel dat verdachte zou hebben genoten uit werkzaamheden van derden aan zijn woning en tuin, en sprak verdachte vrij van de omkopingsfeiten. Wel werd vastgesteld dat verdachte op 7 januari 1998 opzettelijk een onvolledige aangifte inkomstenbelasting over 1996 had ingediend, waarbij hij een belastbaar inkomen van fl. 418.770,- had opgegeven terwijl dit hoger was.
De rechtbank motiveerde de straf door te wijzen op het financieel voordeel dat verdachte had genoten bij de aankoop van een dienstauto tegen een extreem lage prijs, wat als belastbaar inkomen werd aangemerkt. Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €10.000, met vervangende hechtenis van 100 dagen bij niet-betaling.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van €10.000 wegens opzettelijk doen van een onvolledige belastingaangifte over 1996.