ECLI:NL:RBAMS:2001:AB0855
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H. Marcus
- N. van der Wijngaart
- F.P.M. Slits
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor valsheid in geschrift bij aangifte successierecht door notaris
De rechtbank Amsterdam behandelde de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van valsheid in geschrift bij de aangifte successierecht van een nalatenschap. Verdachte werd ervan beschuldigd onjuiste bedragen te hebben opgegeven in de aangifte, waardoor de staat werd misleid.
De verdediging stelde dat verdachte was misleid door het Openbaar Ministerie en dat de strafzaak politiek gemotiveerd was, maar de rechtbank verwierp deze verweren. Het bewijs bestond uit verklaringen van de inspecteur Registratie en Successie, het aangiftebiljet en begeleidende correspondentie. De rechtbank oordeelde dat verdachte bewust onjuiste informatie had verstrekt.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de eerste tenlastelegging wegens onvoldoende bewijs, maar veroordeelde hem voor de valsheid in geschrift zoals omschreven in de tweede tenlastelegging. Gezien de ernst van het feit, het vertrouwen dat verdachte als notaris had geschonden, en zijn persoonlijke omstandigheden, legde de rechtbank een taakstraf op in plaats van een gevangenisstraf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte wegens valsheid in geschrift.