ECLI:NL:RBAMS:2000:AA7003
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toestemming voor lijfsdwang bij onbetaalde belastingschulden na onherroepelijke aanslagen
De Ontvanger van de Belastingdienst vordert de uitvoering van dwangbevelen door middel van lijfsdwang tegen de belastingplichtige wegens onbetaalde belastingschulden over de jaren 1989 en 1991, tezamen een bedrag van ruim 258 miljoen gulden. De belastingplichtige betwist de onherroepelijkheid van de aanslagen en voert aan dat hij pas in 2000 kennis heeft genomen van deze aanslagen. De rechtbank oordeelt dat de aanslagen onherroepelijk zijn verklaard door eerdere uitspraken en dat de belastingplichtige voldoende middelen heeft om (gedeeltelijk) te betalen.
De belastingplichtige heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij niet over verhaalbare vermogensbestanddelen beschikt, ondanks enkele beslagen die slechts een geringe waarde vertegenwoordigen. De rechtbank wijst het beroep op strijd met het EVRM af, omdat betaling als alternatief bestaat en de fiscale procedure niet in strijd is met de mensenrechten.
De rechtbank beveelt dat de dwangbevelen door middel van lijfsdwang kunnen worden uitgevoerd en veroordeelt de belastingplichtige om binnen twee weken alle gevraagde financiële informatie te verstrekken, onder dreiging van gijzeling. De gijzelingstermijn wordt beperkt tot maximaal een jaar, rekening houdend met eerdere gijzeling. De belastingplichtige wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank staat de uitvoering van dwangbevelen door middel van lijfsdwang toe en veroordeelt de belastingplichtige tot het verstrekken van financiële gegevens binnen twee weken.