ECLI:NL:RBAMS:2000:AA6468
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit wijziging bijstandsnorm wegens rechtmatig verblijf vreemdeling
De rechtbank Amsterdam behandelde het beroep van verzoeker tegen het besluit van de gemeente Amsterdam om de bijstandsnorm te wijzigen van gezinsnorm naar alleenstaandennorm vanwege vermeend onrechtmatig verblijf. Verzoeker verbleef in afwachting van een beslissing op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning, waardoor hij rechtmatig in Nederland verbleef volgens artikel 1b, aanhef en onder 3 van de Vreemdelingenwet.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van 26 maart 1999 onjuist was omdat verzoeker niet onrechtmatig verbleef en daarom aanspraak kon maken op bijstand volgens de gezinsnorm. Tevens werd geoordeeld dat het discriminatieverbod uit artikel 26 IVBPR Pro in dit geval een volledige toepassing van de Koppelingswetregels disproportioneel maakt, waardoor verzoeker gelijkgesteld moet worden met een Nederlander zolang hij rechtmatig verblijft.
Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de hoofdzaak voldoende duidelijk was. De gemeente Amsterdam werd veroordeeld in de proceskosten van verzoeker en tot vergoeding van het griffierecht. Tegen dit vonnis kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot wijziging van de bijstandsnorm wordt vernietigd omdat verzoeker rechtmatig in Nederland verbleef.