ECLI:NL:RBALM:2012:BY8204
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Hangelbroek
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir beslag wegens ondeugdelijke vordering in bouwonderaanneming
In deze zaak vordert eiseres, een bouwonderaannemer, de opheffing van conservatoir derdenbeslag dat gedaagde onder haar heeft gelegd ter verhaal van een vordering van €550.000. Gedaagde stelt dat er onbetaald regie- en meerwerk is, terwijl eiseres betwist dat de vordering op juiste wijze is onderbouwd en stelt dat afrekening steeds heeft plaatsgevonden conform de overeenkomst en het bestek.
De voorzieningenrechter oordeelt dat gedaagde haar vordering onvoldoende heeft geconcretiseerd. Er is geen inzicht gegeven in facturen of een berekening van het gevorderde bedrag, waardoor de vordering ondeugdelijk is. De belangenafweging leidt tot opheffing van het beslag. Tevens is de eis in reconventie van gedaagde, ingediend één dag voor de zitting zonder de gronden te vermelden, buiten beschouwing gelaten wegens schending van het hoor en wederhoor.
De voorzieningenrechter wijst erop dat de inhoudelijke beoordeling van het geschil over meerwerk en afrekening niet in kort geding kan plaatsvinden, maar in een bodemprocedure. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en nakosten, en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het conservatoir beslag wordt opgeheven wegens ondeugdelijke vordering en de eis in reconventie wordt buiten beschouwing gelaten.