ECLI:NL:RBALM:2012:BX1413
Rechtbank Almelo
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzet tegen verstekvonnis wegens fraude en onbehoorlijk bestuur in faillissement
De curator stelde opposanten primair aansprakelijk op grond van artikel 2:248 BW Pro wegens onbehoorlijk bestuur en fraude met de boekhouding van de gefailleerde vennootschappen, waaronder het gebruik van spookfacturen en onrechtmatige uitbetaling van een escrowbedrag.
Bij verstekvonnis werden de vorderingen van de curator toegewezen. Opposanten kwamen in verzet maar konden hun stellingen onvoldoende onderbouwen en erkenden deels de fraude. De rechtbank oordeelde dat het verzet niet gegrond was en dat de curator terecht aansprakelijkheid stelde wegens onbehoorlijk bestuur en onrechtmatig handelen.
De rechtbank nam mee dat opposanten geen nieuw verweer meer konden voeren na het terugtrekken van hun advocaat en dat zij onvoldoende bewijs leverden ter ontkrachting van de curator. De veroordeling tot betaling van het boedeltekort bleef gehandhaafd, evenals de veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzet wordt afgewezen en opposanten worden aansprakelijk gehouden voor het boedeltekort en veroordeeld in de proceskosten.