ECLI:NL:RBALM:2012:BW8395
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot betaling hypotheeklasten als alimentatieverplichting en toepassing lijfsdwang
De zaak betreft een geschil tussen ex-echtgenoten over de nakoming van een vonnis waarbij de man verplicht is de hypotheeklasten van de voormalige echtelijke woning te voldoen. De vrouw vordert verlof tot tenuitvoerlegging van dit vonnis bij lijfsdwang, omdat de man niet vrijwillig betaalt en de bank een procedure tot openbare verkoop van de woning is gestart.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de man verplicht is de hypotheeklasten te betalen, wat als een vorm van alimentatie wordt aangemerkt. Hoewel de betaling aan de bank moet plaatsvinden, kan de vrouw als schuldeiser worden beschouwd. De man stelt betalingsonmacht en stelt dat hij onmisbaar is voor zijn bedrijf, maar heeft dit niet aannemelijk gemaakt.
De rechter oordeelt dat lijfsdwang een ultimum remedium is, maar gezien het niet nakomen van de verplichting en het falen van andere dwangmiddelen, is toepassing gerechtvaardigd. De man wordt voor maximaal 30 dagen in gijzeling gesteld totdat een bedrag is voldaan, met herhaalde periodes voor maandelijkse betalingen.
De man vordert schorsing van de executie in hoger beroep, maar dit wordt afgewezen omdat geen sprake is van een duidelijke juridische of feitelijke misslag. Proceskosten worden toegewezen aan de vrouw in conventie en aan de vrouw in reconventie, waarbij geen compensatie wordt verleend.
Uitkomst: Verlof verleend tot tenuitvoerlegging bij lijfsdwang met gijzeling wegens niet-nakoming hypotheekbetalingen als alimentatieverplichting.