ECLI:NL:RBALM:2011:BT2050
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Hangelbroek
- Lorist
- Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontbinding en schadevergoeding wegens niet tijdig klagen over ontwikkelingsproject
Eiser kocht in 2003 een perceel grond dat hij zou doorverkopen aan gedaagden, die het perceel wilden ontwikkelen. In 2004 sloten partijen een overeenkomst over de ontwikkeling van het project, waarbij eiser een ontwikkelingsplan verwachtte met bijbehorende kostenraming. Later bleek dat het plan niet volledig was uitgewerkt en de kosten hoger uitvielen dan voorzien. Eiser stelde dat gedaagden tekortgeschoten waren in hun advisering en vorderde ontbinding van de overeenkomst en schadevergoeding van meer dan € 2,5 miljoen.
De rechtbank overweegt dat eiser al eind 2005/2006 op de hoogte was of had moeten zijn van de tekortkomingen en dat hij binnen bekwame tijd had moeten klagen. Uit het procesverloop blijkt dat eiser pas bij dagvaarding in 2010 voor het eerst concreet protesteerde. Daarmee heeft hij de klachtplicht uit artikel 6:89 BW Pro geschonden, waardoor hij zijn rechten op nakoming en ontbinding heeft verloren.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de begroting en planologische uitgangspunten prognoses waren met onzekerheden, en dat een teleurstellende toekomstverwachting geen grond is voor dwaling. De vorderingen worden daarom afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. De vordering in voorwaardelijke reconventie wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de hoofdvordering wordt afgewezen.
Uitkomst: Vordering tot ontbinding en schadevergoeding wordt afgewezen wegens niet tijdig klagen en onvoldoende bewijs van tekortkoming.