ECLI:NL:RBALM:2009:BK7676
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzekerde heeft recht op zwemprothese naast twee onderbeenprotheses op grond van basiszorgverzekering
Eiser, een jonge vrouw met een onderbeenamputatie, had bij Menzis een zwemprothese aangevraagd naast haar reeds verstrekte twee onderbeenprotheses. Menzis weigerde vergoeding omdat een zwemprothese volgens haar niet medisch noodzakelijk en niet doelmatig was. Eiser stelde dat de zwemprothese noodzakelijk was voor haar veiligheid en participatie in natte ruimtes en sportactiviteiten.
De rechtbank beoordeelde de zaak aan de hand van de Zorgverzekeringswet, het Besluit zorgverzekering, polisvoorwaarden en relevante jurisprudentie. Hierbij werd onder meer het advies van het College voor Zorgverzekeringen betrokken, dat stelt dat een verzekerde redelijkerwijs moet zijn aangewezen op de zorg, die adequaat en doelmatig moet zijn.
De rechtbank oordeelde dat de zwemprothese een adequaat hulpmiddel is dat aansluit bij de zorgbehoefte van eiser, mede gelet op haar regelmatige zwemactiviteiten en het valrisico bij gebruik van krukken in natte ruimtes. De kosten van de zwemprothese werden als doelmatig beoordeeld gezien de relatief beperkte prijs in vergelijking met andere protheses.
Menzis had de zwemprothese moeten verstrekken en is door het niet doen hiervan in verzuim geraakt. De rechtbank veroordeelde Menzis tot betaling van de kosten van de zwemprothese inclusief wettelijke rente en de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Menzis wordt veroordeeld tot vergoeding van de kosten van de zwemprothese met wettelijke rente en proceskosten.