ECLI:NL:RBALM:2009:BI4277
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Zweers
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir derdenbeslag wegens betwisting deugdelijkheid vorderingen en hogere tegenvordering
Eiseres, een besloten vennootschap, werd geconfronteerd met conservatoir derdenbeslag gelegd door gedaagde, een factormaatschappij die vorderingen van Z op eiseres had gekocht. Gedaagde vorderde circa € 79.555,-, waarvan twee grote facturen door eiseres werden betwist: factuur 632 betrof een vals document dat op dezelfde datum was gecrediteerd, en factuur 769 betrof een huurvordering zonder huurovereenkomst. Eiseres stelde dat na verrekening op grond van artikel 6:130 BW Pro zij juist een vordering op gedaagde had.
De voorzieningenrechter oordeelde dat eiseres voldoende aannemelijk had gemaakt dat de vorderingen ondeugdelijk waren. Gedaagde kon niet aannemelijk maken dat de huurvordering terecht was en over de factuur 632 was geen onderbouwing geleverd, mede gezien de creditfactuur. De beslagen belemmerden de bedrijfsvoering van eiseres en haar relatie met belangrijke klanten, waardoor spoedeisendheid bestond.
Gedaagde voerde aan dat zij alleen de debetfacturen had gekocht en dat de huurvordering terecht was vanwege een samenwerkingsovereenkomst met Z, maar dit werd niet bewezen. De voorzieningenrechter besloot de beslagen op te heffen en veroordeelde gedaagde in de proceskosten.
Uitkomst: Het conservatoir derdenbeslag wordt opgeheven wegens betwisting van de vorderingen en een hogere tegenvordering van eiseres.