ECLI:NL:RBALM:2008:BG3757
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde recreatiewoning onvoldoende onderbouwd door gemeente
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn recreatiewoning, welke was vastgesteld op €232.000. Verweerder baseerde zich op een taxatierapport waarin de woning werd vergeleken met drie vergelijkingsobjecten. Eiser voerde aan dat deze vergelijkingsobjecten niet vergelijkbaar waren vanwege verschillen in luxe, kavelgrootte en bouwstijl.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende inzicht had gegeven in de waardevergelijkingen, met name over de verschillen in kavelgrootte, woninginhoud en voorzieningen zoals dakkapellen. Ook was ten onrechte een dakkapel aan de woning van eiser toegerekend. De rechtbank stelde vast dat de gemeente niet had voldaan aan haar bewijslast om de waarde te onderbouwen.
Hoewel eiser stelde dat de waarde gelijk was aan de koop-/aanneemsom van €153.000 exclusief BTW, werd dit niet gevolgd omdat ook die waarde onvoldoende was onderbouwd. De rechtbank stelde daarom de WOZ-waarde in goede justitie vast op €220.000.
De rechtbank veroordeelde de gemeente tot vergoeding van de proceskosten bestaande uit reiskosten en het griffierecht. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem binnen zes weken.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de recreatiewoning wordt vastgesteld op €220.000 en de uitspraak op bezwaar wordt vernietigd.