ECLI:NL:RBALM:2009:BI2049
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde recreatiewoning met correctie voor luxe en inventaris
Eiseres betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van haar vrijstaande recreatiewoning per peildatum 1 januari 2007. Verweerder had de waarde vastgesteld op €244.000, welke door eiseres te hoog wordt geacht. Eiseres voert aan dat de waarde lager moet zijn en dat BTW buiten beschouwing moet blijven omdat de woning bedrijfsmatig is aangekocht. Tevens stelt zij dat de verkoopprijzen van referentieobjecten niet vergelijkbaar zijn vanwege verschillen in luxe en inventaris.
De rechtbank oordeelt dat BTW wel deel uitmaakt van de waarde, conform vaste jurisprudentie, en dat de beperking van het gebruik door een verhuurcontract niet in de waardebepaling mag worden meegenomen. Het door verweerder overgelegde taxatierapport noemt een waarde van €225.000, maar de rechtbank vindt dat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat deze waarde correct is, mede omdat de referentieobjecten aanzienlijk luxer zijn uitgevoerd.
Het door eiseres overgelegde taxatierapport taxeert de waarde op €197.000, maar dit rapport houdt onterecht rekening met beperkingen en wijkt af van de systematische vergelijkingsmethode die de Wet WOZ voorschrijft. Daarom hecht de rechtbank hieraan geen waarde.
Omdat geen van beide partijen een voldoende aannemelijke waarde heeft gesteld, stelt de rechtbank de waarde in goede justitie vast op €210.000, rekening houdend met de verschillen in luxe en inventaris tussen de woning van eiseres en de referentieobjecten. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de recreatiewoning wordt vastgesteld op €210.000.