ECLI:NL:RBALM:2007:BA6814
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens onvoldoende bewijs ontbreken parkeervergunning
Eiser ontving een naheffingsaanslag omdat hij op 12 september 2006 zijn voertuig geparkeerd zou hebben zonder zichtbare parkeervergunning aan de Marssteeg te Hengelo. De heffingsambtenaar baseerde dit op een verklaring van een parkeercontroleur die geen vergunning had waargenomen. Eiser stelde dat de vergunning wel degelijk duidelijk zichtbaar aan de rechterzijde van de voorruit was bevestigd, wat werd ondersteund door getuigenverklaringen.
De rechtbank weegt de verklaringen en constateert dat de verklaring van de parkeercontroleur niet doorslaggevend is, mede omdat deze zich de specifieke situatie niet exact kan herinneren en de controleomstandigheden mogelijk de zichtbaarheid bemoeilijkten. Ook de getuigenverklaringen worden vanwege de relationele band met eiser niet doorslaggevend geacht.
Verder merkt de rechtbank op dat eiser sinds 2005 een vergunning heeft en in de periode daarvoor geen naheffingsaanslagen ontving, wat erop wijst dat de vergunning doorgaans zichtbaar was. Gezien deze omstandigheden is niet aannemelijk gemaakt dat de vergunning ontbrak op de datum van de naheffingsaanslag.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit op bezwaar en herroept de naheffingsaanslag. Tevens veroordeelt zij de gemeente tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting omdat niet is bewezen dat de parkeervergunning ontbrak.