ECLI:NL:RBALM:2007:BA6759
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit aanvullende bijdrage en instandhoudingsbijdrage kinderopvang wegens ontbreken wettelijke grondslag
De Stichting Kinderopvang Enschede maakte bezwaar tegen de vaststelling van de aanvullende bijdrage BSO 1997/1998 en de instandhoudingsbijdrage 2003 door het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Enschede. De gewone subsidies stonden niet ter discussie. De rechtbank oordeelde dat de besluiten van 6 april 2001 en 12 februari 2003 niet op een wettelijke grondslag berusten, aangezien geen verordening of beleidsregels bestonden die de subsidievaststelling of -verlening regelden.
De rechtbank overwoog dat de uitzonderingen op het vereiste van een wettelijke grondslag, zoals genoemd in artikel 4:23, derde lid, Awb, niet van toepassing waren. De subsidieverleningen hadden een structureel karakter en waren niet incidenteel. Ook was het subsidietijdvak voor de aanvullende bijdrage nog niet verstreken op het moment van het besluit van 6 april 2001, zodat dit besluit als subsidieverlening moest worden gezien.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de gemeente een nieuw besluit op bezwaar moet nemen. Tevens veroordeelde zij de gemeente tot vergoeding van de door eiseres gemaakte proceskosten van € 658,-- en het griffierecht van € 141,--. Het verzoek tot vergoeding van kosten in de bezwaarfase werd afgewezen wegens ontbreken van een daartoe strekkend verzoek.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens ontbreken van een wettelijke grondslag en de gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.