ECLI:NL:RBALM:2007:BA1353
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rikken
- Caminada
- Bordenga
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit speelautomaten in cafetaria
In deze ontnemingsprocedure volgt de rechtbank Almelo op een eerdere veroordeling van verdachte en zijn cafetaria. De rechtbank beoordeelt het verweer van de raadsman dat er tussen oktober 2002 en mei 2003 geen speelautomaten aanwezig zouden zijn geweest. Uit aanvullend politiedossier blijkt echter dat er in deze periode ongebruikelijke pintransacties plaatsvonden, wat duidt op voortgezette activiteiten met speelautomaten.
De rechtbank stelt vast dat het wederrechtelijk verkregen voordeel voor de jaren 2003 en 2004 lager is dan door het Openbaar Ministerie gevorderd, omdat het uitgekeerde geld aan gokkers niet is meegerekend. Dit bedrag wordt geschat op 25% van de gevorderde sommen voor die jaren. Voor de persoonlijke ontneming van verdachte wordt geen verlaging toegepast omdat het voordeel is omgezet in vermogen, zoals een boot en een huis.
De rechtbank baseert haar oordeel uitsluitend op wettige bewijsmiddelen en volgt de lijn van de Hoge Raad omtrent belastingvraagstukken, waarbij belastingzaken buiten de ontnemingsprocedure worden gehouden. Op grond van artikel 36e Wetboek van Strafrecht en relevante artikelen uit het Wetboek van Strafvordering wordt verdachte verplicht tot betaling van 80.000 euro aan de Staat der Nederlanden.
Uitkomst: Verdachte wordt verplicht tot betaling van 80.000 euro aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.