ECLI:NL:RBALM:2007:AZ9300
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vaarverbod kanaalpand Hengelo-Enschede na brand en verontreiniging
Na een grote brand bij bandenfabriek Vredestein in augustus 2003 ontstond ernstige verontreiniging van het kanaalpand Hengelo-Enschede, waarna een vaarverbod werd ingesteld om verdere verspreiding te voorkomen. Eisers maakten bezwaar tegen dit vaarverbod, stellende dat de wettelijke grondslag onduidelijk was, de duur onredelijk lang en dat geen onderzoek naar schadevergoeding was gedaan.
De rechtbank oordeelt dat het vaarverbod terecht is ingesteld op grond van artikel 12 van Pro het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer (BABS), omdat de tijdelijke maatregelen langer dan 13 weken duurden. De motivering en wettelijke basis zijn voldoende vermeld en het vaarverbod was noodzakelijk voor het beschermen van de waterhuishouding.
Verder concludeert de rechtbank dat de duur van het vaarverbod niet langer was dan strikt noodzakelijk voor de sanering, waarbij tussentijds gedeeltelijke opheffing plaatsvond. De rechtbank wijst het standpunt van eisers af dat verweerder voorafgaand aan het vaarverbod een gericht onderzoek naar nadeel had moeten doen, omdat de Regeling Nadeelcompensatie Verkeer en Waterstaat 1999 hiervoor een adequaat kader biedt.
De beroepen worden ongegrond verklaard, waarbij de rechtbank benadrukt dat de eisers wel ontvankelijk zijn en dat het vaarverbod rechtmatig is genomen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen het vaarverbod worden ongegrond verklaard en het vaarverbod blijft in stand.