ECLI:NL:RBALM:2007:AZ8916
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek medenaturalisatie minderjarige kinderen wegens ontbreken onafgebroken verblijfsrecht
Eiser en zijn echtgenote dienden een verzoek in tot naturalisatie voor zichzelf en medenaturalisatie voor hun minderjarige kinderen. Verweerder wees het verzoek voor de kinderen af omdat zij niet voldeden aan de wettelijke eis van onafgebroken verblijfsrecht van niet-tijdelijke aard vanaf het moment van het verzoek tot de beslissing.
Eiser voerde aan dat de afwijzing onzorgvuldig was, dat er sprake was van administratieve fouten en dat de belangen van de kinderen onvoldoende waren meegewogen, onder meer met verwijzing naar het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Verweerder handhaafde het standpunt dat de wettelijke voorwaarden strikt moeten worden toegepast en dat de kinderen niet aan de toelatingsvereisten voldeden.
De rechtbank oordeelde dat de wet duidelijk voorschrijft dat minderjarige kinderen vanaf het moment van het verzoek een onafgebroken rechtmatig verblijf moeten hebben. De gestelde administratieve fouten en het ontbreken van verblijfsvergunningen in de tussenliggende periode konden niet leiden tot een afwijking van deze eis. Ook kon niet worden getoetst aan artikel 3 van Pro het IVRK omdat dit geen direct toepasbare norm bevat.
De rechtbank concludeerde dat het besluit van verweerder rechtmatig is en dat het beroep ongegrond is. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot medenaturalisatie van de minderjarige kinderen wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van onafgebroken rechtmatig verblijf.