ECLI:NL:RBALM:2005:AU2421
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstand naar gehuwdennorm wegens gezamenlijke huishouding bevestigd
Eiser en [naam] ontvingen bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) naar de norm voor gehuwden. Na beëindiging van de bijstand vroeg [naam] bijstand aan naar de norm voor een alleenstaande, met de mededeling dat de samenwoning was beëindigd. Verweerder stelde echter vast dat eiser nog steeds het hoofdverblijf had in de woning van [naam], en concludeerde dat sprake was van een gezamenlijke huishouding. Hierop werd de aanvraag afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde eerder een besluit van verweerder en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. Verweerder stelde vast dat het gezamenlijke inkomen in een deel van de periode hoger was dan de gehuwdennorm, en kende een beperkte bijstand toe. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat de jaaropgave van zijn aanvullende Ziektewetuitkering onjuist was.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen bezwaar hoefde te maken tegen het eerdere besluit omdat dit besluit impliciet ook op hem betrekking had. De rechtbank ging uit van de juistheid van de door eiser zelf verstrekte jaaropgave, omdat geen tegenbewijs werd geleverd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijstand naar de gehuwdennorm wordt ongegrond verklaard.