ECLI:NL:RBALM:2005:AS8490
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.F. Claessens
- R.J. Jue
- M.E. van Wees
- Rechtspraak.nl
Afwijzing immateriële schadevergoeding wegens lange bezwaarprocedure tegen UWV-besluit
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering in te trekken. De bezwaarprocedure duurde ruim anderhalf jaar, waarna het UWV alsnog op het bezwaar besliste. Eiseres trok daarop haar beroep in en verzocht om een immateriële schadevergoeding wegens de lange duur van de procedure en het geschonden vertrouwen in de bestuurskwaliteit.
De rechtbank stelt vast dat de totale duur van de procedure niet de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro heeft overschreden. Daarom is geen sprake van een schending die toekenning van immateriële schadevergoeding rechtvaardigt. Ook op grond van artikel 6:106 BW Pro is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat eiseres geestelijk letsel heeft geleden dat vergoeding rechtvaardigt.
Wel oordeelt de rechtbank dat het UWV in de proceskosten moet worden veroordeeld, omdat het beroep is ingetrokken nadat het bestuursorgaan alsnog een beslissing op het bezwaar had genomen. De proceskosten worden vastgesteld op € 80,50.
De rechtbank wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af en veroordeelt het UWV tot betaling van de proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Verzoek om immateriële schadevergoeding afgewezen, UWV veroordeeld tot betaling van proceskosten.