ECLI:NL:RBALM:2001:AF3277
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkverklaring Wob-verzoek wegens onjuiste grondslag
Eiser verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van processen-verbaal en andere stukken naar aanleiding van een aangifte wegens smaad en belediging. Verweerder wees dit verzoek af op basis van de Wet persoonsregistratie (Wpr) en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank oordeelt dat eiser geen Wpr-verzoek heeft gedaan en dat de niet-ontvankelijkverklaring daarom onjuist is.
De rechtbank stelt dat het belang van eiser, gericht op eerherstel, niet onder de Wob valt en dat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van betrokken ambtenaren in dit geval zwaarder weegt dan het openbaarmakingsbelang. Ook is geen sprake van belangenverstrengeling bij de vertegenwoordiging door een gemachtigde.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond voor zover het de niet-ontvankelijkverklaring betreft, vernietigt het besluit in zoverre en beveelt verweerder een nieuwe beslissing te nemen. Het beroep wordt voor het overige ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor zover het de niet-ontvankelijkverklaring betreft en het besluit wordt vernietigd in zoverre.