ECLI:NL:RBALM:2001:AD8325
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering openbaarmaking processen-verbaal na vuurwerkramp Enschede
Eisers verzochten om afschriften van processen-verbaal van verklaringen van ambtenaren over de vuurwerkramp Enschede. De officier van justitie weigerde deze op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), met verwijzing naar opsporingsbelangen en bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Eisers maakten bezwaar en stelden dat belangen niet juist waren afgewogen en dat openbaarmaking niet zou frustreren.
De rechtbank stelde vast dat eisers niet tijdig toestemming hadden gegeven om stukken met geheimhouding te betrekken, waardoor de rechtbank niet volledig op de inhoud kon toetsen. Het verzoek om alsnog deze stukken te betrekken werd afgewezen wegens strijd met een goede procesorde en mogelijke aanzienlijke vertraging.
De rechtbank oordeelde dat bij ambtenaren die verklaringen afleggen over het optreden van de overheid minder snel sprake is van schending van persoonlijke levenssfeer, maar dat in bijzondere gevallen met grote maatschappelijke en emotionele gevolgen, zoals hier, een beroep op bescherming van de persoonlijke levenssfeer succesvol kan zijn. Daarnaast woog het belang van de opsporing en vervolging zwaar.
De rechtbank verwierp het standpunt van eisers dat er geen sprake was van schending van persoonlijke levenssfeer en dat openbaarmaking niet zou frustreren. Ook oordeelde de rechtbank dat er geen sprake was van onevenredige bevoordeling of benadeling van betrokkenen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van openbaarmaking bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van openbaarmaking van processen-verbaal wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.