ECLI:NL:RBALM:2001:AD8036
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten gemeente Hengelo inzake schadevergoeding wegens niet tijdig vergunningverlening
Eiser wilde een broodjes- en delicatessenzaak en een ontmoetingscentrum voor jongeren exploiteren in een pand te Hengelo. Hij vroeg vergunningen aan op grond van de Drank- en Horecawet (DHW) en de Drank- en Horecaverordening (DHv), waarop de gemeente geen besluit nam. Eiser vroeg vervolgens schadevergoeding wegens het uitblijven van een besluit, maar de gemeente wees dit af.
Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar de gemeente verklaarde het bezwaar tegen de DHW-vergunning niet ontvankelijk en tegen de DHv-vergunning ongegrond. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd voor het bezwaar tegen de DHW-vergunning en zond de stukken door naar Gedeputeerde Staten. De gemeente nam later ten onrechte besluiten op het administratief beroepschrift van eiser, terwijl zij daartoe niet bevoegd was.
De rechtbank oordeelt dat de besluiten van 4 augustus 1999 en 22 mei 2001 vernietigd moeten worden omdat de gemeente niet bevoegd was deze te nemen. Tevens oordeelt de rechtbank dat het bezwaar tegen het niet tijdig beslissen op de DHv-vergunning terecht ongegrond is verklaard omdat eiser geen tijdig bezwaar had ingediend tegen het uitblijven van een besluit. De gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht wordt aan eiser vergoed.
De uitspraak benadrukt het belang van rechtszekerheid en correcte procedurele behandeling van administratieve beroepen en bezwaren, en wijst op de noodzaak dat besluiten door het juiste bestuursorgaan worden genomen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten van de gemeente Hengelo inzake schadevergoeding wegens niet tijdig vergunningverlening en veroordeelt de gemeente in de proceskosten.