ECLI:NL:RBALM:2000:AA4855
Rechtbank Almelo
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken connexiteit met beroepsprocedure
Verzoeker had een bouwvergunning voor een veeschuur, maar bouwde daarnaast zonder vergunning een kapschuur. Verweerder stelde vast dat deze kapschuur in strijd was met de vergunning en legde een last tot verwijdering op met een dwangsom. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, maar verweerder handhaafde het besluit. Vervolgens vroeg verzoeker een voorlopige voorziening aan bij de rechtbank om schorsing van het besluit te verkrijgen.
De rechtbank oordeelde dat een voorlopige voorziening alleen kan worden gevraagd als er connexiteit bestaat met een lopende bezwaren- of beroepsprocedure. Omdat verzoeker geen beroep bij de rechtbank had ingesteld bij het verzoek om voorlopige voorziening, ontbrak deze connexiteit. De beslissing op bezwaar was formeel genomen en stond open voor beroep, maar dit beroep was niet gelijktijdig ingediend.
De rechtbank verklaarde het verzoek om voorlopige voorziening daarom niet-ontvankelijk. Tevens werd geen vergoeding van griffierecht toegewezen omdat verzoekers gemachtigde zich bewust was van de status van het besluit als beslissing op bezwaar. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een connexiteit met een beroepsprocedure.