ECLI:NL:RBALK:2010:BO4415
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking handelsvergunning homeopathisch geneesmiddel wegens ontbreken therapeutische werking
Eiseres, V.S.M. Geneesmiddelen B.V., kreeg op 31 juli 2002 een handelsvergunning voor het homeopathisch geneesmiddel Rinileen met therapeutische indicaties. Na wijziging van de regelgeving per 1 juli 2007 moesten homeopathische geneesmiddelen met indicatie wetenschappelijk bewijs van werkzaamheid overleggen. Eiseres meldde haar voornemen de indicatie te handhaven, maar overhandigde geen (pre)klinische gegevens ter onderbouwing.
Verweerder, het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, trok daarop op 21 februari 2008 de vergunning in wegens het ontbreken van bewijs voor de therapeutische werking. Dit besluit werd gehandhaafd bij het bestreden besluit van 29 januari 2009. Eiseres stelde beroep in tegen deze intrekking en voerde onder meer aan dat de Regeling Geneesmiddelenwet (artikelen 3.11 en 3.12) onverbindend is wegens strijd met de Europese richtlijn 2001/83/EG en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De rechtbank oordeelde dat de Regeling Gmw binnen de grenzen van de richtlijn valt, dat de richtlijn geen ruimte laat voor een disclaimer op de verpakking, en dat eiseres de bewijslast draagt voor de therapeutische werking. Het ontbreken van (pre)klinische gegevens leidt tot de conclusie dat Rinileen niet voldoet aan de vereisten voor vergunningverlening. Het beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de vergunning bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de handelsvergunning voor Rinileen wordt ongegrond verklaard en de intrekking bevestigd.