ECLI:NL:RBALK:2006:AW8023
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.F.B. van Zutphen
- P. van Steijnen
- D.A.C. Koster
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak penitentiair inrichtingswerker wegens ontbreken bewijs zware mishandeling
Op 12 september 2004 ontstond binnen de penitentiaire inrichting te Zwaag een ordeverstoring door een gedetineerde die hard tegen zijn isoleerceldeur schopte. Verdachte, werkzaam als penitentiair inrichtingswerker, betrad samen met vier collega’s de cel om de orde te herstellen. De gedetineerde reageerde met hevig fysiek verzet, waarop verdachte enkele klappen met een korte wapenstok gaf om hem onder controle te krijgen.
De tenlastelegging betrof zware mishandeling in vereniging, waarbij werd gesteld dat verdachte en anderen na het onder controle brengen van de gedetineerde het geweld voortzetten en ernstig letsel toebrachten. De verdediging voerde aan dat het geweld uitsluitend was gericht op het beëindigen van het verzet en dat er geen opzet tot mishandeling was.
De rechtbank oordeelde dat het gebruik van geweld door verdachte binnen de grenzen van de Dienstinstructie Geweldsuitoefening viel, zolang het noodzakelijk en proportioneel was om de orde te herstellen. Uit het bewijs, waaronder verklaringen van getuigen en mede-verdachten, bleek dat verdachte het geweld staakte zodra de gedetineerde onder controle was. Er was geen wettig en overtuigend bewijs dat verdachte daarna nog geweld gebruikte.
Daarom verklaarde de rechtbank niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde had gepleegd en sprak hem vrij. De rechtbank benadrukte dat het geweld na controle van de gedetineerde niet langer geoorloofd was, maar dat dit in dit geval niet was vastgesteld.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs dat hij geweld gebruikte na het onder controle brengen van de gedetineerde.