ECLI:NL:RBALK:2006:AV3982
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid verzet tegen verstekvonnis wegens verzettermijn na daad van bekendheid
In deze civiele zaak heeft opposante verzet ingesteld tegen een verstekvonnis van 15 mei 1986, waarbij zij en een andere partij hoofdelijk waren veroordeeld tot betaling aan Citybank, rechtsvoorgangster van Mahuko. Opposante stelde dat zij niet aansprakelijk was en dat het vonnis zich mogelijk niet tegen haar richtte. Mahuko voerde aan dat het verzet te laat was ingediend omdat opposante al eerder op de hoogte was van het vonnis.
De rechtbank heeft vastgesteld dat opposante vanaf maart 2005 meerdere brieven had ontvangen waarin zij werd gewezen op het vonnis en de vordering. Ondanks haar taalachterstand en hulp van een maatschappelijk werkende, was zij door het lezen van deze brieven globaal bekend met de inhoud van het vonnis. Opposante erkende ook dat zij de onderliggende leningsovereenkomst had opgevraagd en inhoudelijk had gereageerd.
Op grond van vaste jurisprudentie begint de verzettermijn te lopen op het moment dat de veroordeelde door een daad van bekendheid feitelijk kennis heeft van de inhoud van het vonnis. De rechtbank oordeelde dat opposante op 3 mei 2005 ten minste globaal bekend was met het vonnis, waardoor de verzetdagvaarding van 11 juli 2005 te laat was. Daarom werd opposante niet ontvankelijk verklaard in haar verzet en veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Opposante is niet ontvankelijk verklaard in haar verzet wegens overschrijding van de verzettermijn.