Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
voor de duur van twee dagen;
, voor de duur van twee dagen.
vervangingvan de aanvankelijk ingediende procesinleiding. Daarbij zijn de wijzigingen ten opzichte van de aanvankelijk ingediende procesinleiding zichtbaar gemaakt. Het is deze gewijzigde versie van de procesinleiding (‘Aanvullende procesinleiding’) waarin de klachten zijn geformuleerd die ik hierna zal bespreken.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
maximaal toegestane periodeis voor het verlenen van een bepaalde vorm van verplichte zorg. Voor het toepassen van verplichte zorg en het eventuele stopzetten daarvan is ingevolge art. 8:9 Wvggz Pro een besluit van de zorgverantwoordelijke vereist. Het kan dus voorkomen dat, gelet op het toestandsbeeld, een bepaalde vorm van verplichte zorg minder lang hoeft te worden toegepast dan op het moment van het verzoek om een zorgmachtiging werd verwacht en ingevolge de zorgmachtiging is toegestaan.
tegen andere vormen van verplichte zorg [dan ‘het opnemen in een accommodatie en ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’] minder bezwaar is als de zorgmachtiging verleend wordt”. [21] Nu de medische onderbouwing van de verzochte duur van de verschillende zorgvormen afdoende is en op dit punt ter zitting ook geen bezwaar is gemaakt door of namens betrokkene, hoefde de rechtbank hieraan geen nadere motivering te wijden.
het op de depotmedicatie die hij op dat moment kreeg niet goed deed in een ambulante setting” en dat de nieuwe medicatie klinisch moet worden ingesteld. Daarbij wordt gestart met drie weken orale medicatie, waarna een verhoging van drie weken volgt en daarna, afhankelijk van het toestandsbeeld, kan worden overgegaan tot een depot, aldus de verpleegkundig specialist ter zitting. [23] In het licht van dit ter zitting geschetste tijdspad en, zoals gezegd, het ontbreken van verweer met betrekking tot de duur van de verzochte vormen van zorg is het oordeel dat de (aanvullende) vormen van zorg eveneens voor de resterende duur van de machtiging dienden te worden verleend niet onbegrijpelijk.
onafhankelijkpsychiater in de zin van artikel 5:7 aanhef Pro en onder c Wvggz. De rechtbank had dan ook vragen moeten stellen met betrekking tot de onafhankelijkheid van de psychiater en hierover een oordeel moeten vellen. Voor zover de rechtbank heeft geoordeeld dat het op de weg van betrokkene lag om dit punt aan de orde te stellen, is dat oordeel onjuist. Dit geldt temeer nu sprake was van overschrijding van de termijn als bedoeld in artikel 5:16 lid 1 Wvggz Pro door de Officier van Justitie. Voorts heeft de rechtbank miskend dat zij, gelet op de hier aan de orde zijnde ingrijpende mensenrechteninbreuken, de plicht had om ambtshalve en kenbaar enig onderzoek te doen naar de onafhankelijkheid van de psychiater, althans heeft zij haar oordeel op dit punt onvoldoende gemotiveerd, aldus het tweede onderdeel.
Dat houdt niet in dat de arts niet in dienst mag zijn van de zorgaanbieder.Dat laatste zou niet praktisch zijn gelet op de schaalgrootte van de ggz-instellingen. GGZ Nederland en de NVvP hebben hier naar aanleiding van de consultatie over de nota van wijziging ook op gewezen.
De zorgaanbieder moet er wel voor zorgen dat de arts in de uitoefening van zijn functie ten behoeve van deze wet onafhankelijk kan functioneren. Zo dient de zorgaanbieder zich ter zake te onthouden van het geven van aanwijzingen. De omstandigheid dat de arts daarbij in dienst is van de zorgaanbieder hoeft hieraan niet in de weg te staan, aldus ook de Hoge Raad (HR 15 april 2011, JVGGZ 2011/17). De onafhankelijkheid moet vooral gewaarborgd zijn in de relatie tot betrokkene.Daarom is de eis uit de Wet bopz overgenomen dat de arts minimaal één jaar geen zorg heeft verleend aan betrokkene.” [25]
Deze voorwaarde houdt niet in dat de psychiater niet in dienst mag zijn bij de zorgaanbieder. Wel dient de zorgaanbieder ervoor te zorgen dat de psychiater in de uitoefening van zijn functie onafhankelijk kan functioneren en dient de zorgaanbieder zich te onthouden van het geven van aanwijzingen. De psychiater mag gedurende ten minste een jaar geen zorg hebben verleend aan de betrokkene (art. 5:7, aanhef en onder d, Wvggz). Ook daarmee wordt gewaarborgd dat de psychiater die de medische verklaring opstelt, een onafhankelijk oordeel geeft over de betrokkene.”
Patient gebruikt op dit moment een antipsychoticum maar deze is niet effectief. Vanuit de zorgmachtiging wilden we patient ambulant omzetten naar een ander antipsychoticum maar dit is tot op heden niet gelukt (dus ook niet met zorgmachtiging voor medicatie). Dit lukt niet omdat patient zich verbaal hevig blijft verzetten en hij erg geladen wordt in de gesprekken waarin we het behandelbeleid bespreken. Dit geeft een onveilige behandelomgeving voor het FACT team van Emergis. Er is nog geen fysieke agressie geweest richting FACT maar het risico hierop wordt verhoogd ingeschat vanwege de verstoorde impulscontrole en gedrag van patient dat bijna volledig gestuurd wordt vanuit zijn paranoide wanen. We willen patient dan ook in een veilige behandelomgeving krijgen om patient alsnog wel in te stellen op een ander antipsychoticum.De klinieken van Emergis worden als een meer veilige behandelomgeving ingeschat met meer personeel en meer veilige behandelruimtes. Bij escalatie kan zo snel ingegrepen worden wat veiligheid van personeel en patient ten goede komt. (…)” [35]
Vanwege de verstoorde impulscontrole en het gedrag van betrokkene is er een verhoogd risico op agressie richting het FACT team. Het is daarom noodzakelijk betrokkene in een veilige behandelomgeving te krijgen om hem in te kunnen stellen op een ander antipsychoticum. Hiervoor zijn een opname in een accommodatie en beperken van de bewegingsvrijheid noodzakelijk.” [36]