Conclusie
1.Inleiding
2.De ontvankelijkheid van het cassatieberoep
(i) De dagvaarding voor de terechtzitting in hoger beroep van 16 februari 2024 is niet in persoon aan de verdachte betekend. [1] (ii) Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 16 februari 2024 blijkt dat de verdachte niet is verschenen. Wel aanwezig is de raadsvrouw van de verdachte, die verklaart niet door de verdachte te zijn gemachtigd om de verdediging te voeren. Over haar contact met de verdachte brengt zij naar voren: