ECLI:NL:PHR:2026:64

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
24/03216
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 lid 4 SrArt. 77a SrArt. 77d SrArt. 77g lid 2 SrArt. 77h lid 1 Sr
Verwijzingen
10 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt strafoplegging wegens onjuiste combinatie jeugddetentie en taakstraf

De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot een combinatie van jeugddetentie van 300 dagen, waarvan 112 dagen voorwaardelijk, en een taakstraf van 90 uur, te vervangen door 45 dagen jeugddetentie. Het middel in cassatie betoogde dat het hof onrechtmatig een onvoorwaardelijke jeugddetentie van meer dan zes maanden combineerde met een taakstraf, wat volgens art. 9 lid 4 Sr Pro niet is toegestaan.

De advocaat-generaal stelt dat art. 9 lid 4 Sr Pro niet van toepassing is op het jeugdstrafrecht, zoals geregeld in art. 77a Sr, en dat het hof terecht het jeugdstrafrecht heeft toegepast. Dit recht geeft de rechter meer vrijheid om sancties te combineren, mits de proportionaliteit wordt gewaarborgd. Het middel faalt daarom.

Ambtshalve constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak is overschreden, wat leidt tot strafvermindering. De Hoge Raad vernietigt de bestreden uitspraak uitsluitend wat betreft de hoogte van de straf en vermindert deze, terwijl het beroep voor het overige wordt verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging voor het deel van de strafhoogte en vermindert de straf wegens termijnoverschrijding, terwijl het beroep voor het overige wordt verworpen.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer24/03216 J
Zitting13 januari 2026
CONCLUSIE
V.M.A. Sinnige
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,
hierna: de verdachte

1.Inleiding

1.1
De verdachte is bij arrest van 8 augustus 2024 door het gerechtshof Den Haag (parketnr. 22-002747-22) wegens:
1. “oplichting, meermalen gepleegd”;
2 en 3. de eendaadse samenloop van “computervredebreuk, meermalen gepleegd” en “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd” en “diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd”;
4. “medeplegen van gewoontewitwassen” en “gewoontewitwassen”; en
5. “als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven”
veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 300 dagen, waarvan 112 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en aftrek van de tijd overeenkomstig art. 27 Sr Pro, en een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 90 uren, te vervangen door 45 dagen jeugddetentie. Het hof heeft daarnaast beslissingen genomen over de inbeslaggenomen goederen en de vorderingen van de benadeelde partijen, een en ander zoals vermeld in het bestreden arrest.
1.2
Er bestaat samenhang met de zaak 24/03219, waarin ik vandaag ook zal concluderen.
1.3
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. J.L. L'Homme en J.E. Kötter, beiden advocaat in Amsterdam, hebben één middel van cassatie voorgesteld.

2.Het middel

2.1
Het middel klaagt dat het hof een wettelijk niet toegestane combinatie van straffen heeft opgelegd door onvoorwaardelijke jeugddetentie van een langere duur dan zes maanden te combineren met een taakstraf.
2.1.1
Het bestreden arrest houdt over de strafoplegging onder meer het volgende in:
“Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1, 2, 3, 4 en 5 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van
300 (driehonderd) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie, groot
112 (honderdtwaalf) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf, bestaande uit een
werkstrafvoor de duur van
90 (negentig) uren,indien niet naar behoren verricht te vervangen door
45 (vijfenveertig) dagen jeugddetentie.”
2.2
Met een beroep op het bepaalde in art. 9 lid 4 Sr Pro wordt in de toelichting op het middel aangevoerd dat het hof een wettelijk niet toegestane combinatie van straffen heeft opgelegd, omdat op grond van die bepaling een taakstraf enkel in combinatie met een vrijheidsbenemende straf kan worden opgelegd indien het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen deel van de gevangenisstraf of de hechtenis ten hoogste 6 maanden bedraagt. In het onderhavige geval beloopt het onvoorwaardelijke deel van de jeugddetentie 188 dagen, dus meer 6 maanden. De combinatie van straffen mist zodoende wettelijke grondslag, aldus de stellers van het middel.
2.3
Het hof heeft in deze zaak toepassing gegeven aan het jeugdstrafrecht, [1] zodat de bepalingen die zijn vervat in Titel VIII A (bijzondere bepalingen voor jeugdigen en jongvolwassenen) van het Eerste Boek van het Wetboek van Strafrecht van toepassing zijn. In art. 77a Sr is (onder meer) bepaald dat ten aanzien van degene die ten tijde van het begaan van een strafbaar feit de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van achttien jaren heeft bereikt, art. 9 lid 4 Sr Pro niet van toepassing is. In de plaats van de in art. 77a Sr buiten toepassing verklaarde artikelen, treden de bijzondere bepalingen vervat in de artt. 77d tot en met 77gg Sr. Art. 77h lid 1 Sr houdt in dat aan een jeugdige die wordt veroordeeld voor een misdrijf als hoofdstraffen jeugddetentie, taakstraf en een geldboete kunnen worden opgelegd. Op grond van art. 77g lid 2 Sr kan een hoofdstraf zowel afzonderlijk als tezamen met andere hoofdstraffen of bijkomende straffen worden opgelegd. De bepalingen in Titel VIII A stellen – anders dan in het volwassenenstrafrecht op grond van art. 9 lid 4 Sr Pro geldt – geen beperkingen aan de combinatie van jeugddetentie en een taakstraf. De achtergrond van dit eigen sanctiestelsel is dat de wetgever aan de rechter in het jeugdstrafrecht een grotere vrijheid heeft willen toekennen in het combineren van sancties, zodat in elke individuele strafzaak maatwerk geleverd kan worden. Het is daarbij aan de rechter om in de straftoemeting de proportionaliteit te bewaken. [2]
2.4
Het middel faalt.

3.Slotsom

3.1
Het middel faalt en kan worden afgedaan met een aan art. 81 lid 1 RO Pro ontleende motivering.
3.2
Ambtshalve merk ik op dat de Hoge Raad uitspraak gaat doen nadat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak, zoals bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM Pro, op 19 december 2025 is overschreden. Dat moet leiden tot strafvermindering. Andere gronden die ambtshalve tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven heb ik niet aangetroffen.
3.3
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde straf, tot vermindering van de hoogte daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G

Voetnoten

1.Het hof overweegt in de strafmotivering op p. 11 van het arrest: “De verdachte was gedurende het grootste deel van de periode waarin de bewezenverklaarde feiten zijn gepleegd jonger dan 18 jaar en dus minderjarig. De psycholoog en de Raad voor de Kinderbescherming hebben in hun rapporten van respectievelijk 18 februari 2021 en 4 februari 2022 geadviseerd het jeugdstrafrecht toe te passen. Het hof ziet daarin, met de advocaat-generaal en de verdediging, aanleiding om het jeugdstrafrecht toe te passen.” Ook de toegepaste wettelijke voorschriften geven blijk van toepassing van het jeugdstrafrecht.