Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
24 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een jeugdige verdachte die werd veroordeeld voor meervoudige marktplaatsfraude, computervredebreuk, medeplegen van diefstal met valse sleutel, gewoontewitwassen en deelname aan een criminele organisatie. Het hof legde een strafcombinatie op van 300 dagen jeugddetentie (waarvan 112 dagen voorwaardelijk) en een taakstraf van 90 uren.
De verdachte stelde in cassatie dat deze combinatie van straffen niet wettelijk was toegestaan, verwijzend naar artikel 9 lid 4 Sr Pro dat beperkingen stelt aan het combineren van gevangenisstraf en taakstraf. De Hoge Raad oordeelde echter dat dit artikel niet van toepassing is op jeugdigen, omdat artikel 77a Sr bepaalt dat voor jeugdigen de bijzondere bepalingen van titel VIII A gelden, waaronder artikel 77g Sr dat juist alle combinaties van straffen en maatregelen mogelijk maakt.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde jeugddetentie, vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De jeugddetentie werd verminderd van 300 naar 291 dagen, waarvan 112 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Deze uitspraak bevestigt de ruime mogelijkheden tot maatwerk in het jeugdstrafrecht en verduidelijkt de toepasselijkheid van wettelijke bepalingen omtrent strafcombinaties bij jeugdigen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de wettigheid van de strafcombinatie en vermindert de jeugddetentie wegens termijnoverschrijding tot 291 dagen.