Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
- Art. 36e lid 3 Sv, onder meer inhoudende:
“De uitreiking aan de geadresseerde van wie de woon- of verblijfplaats in het buitenland bekend is, geschiedt door toezending van de mededeling, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van de bevoegde buitenlandse autoriteit of instantie en, voor zover een verdrag van toepassing is, met inachtneming van dat verdrag. (…)”
- Art. 14 lid 1 van Pro de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname betreffende de uitlevering en rechtshulp in strafzaken, gesloten te 's-Gravenhage op 27 augustus 1976 (
Trb. 1976, 143) (hierna: de Overeenkomst), welke bepaling luidt:
“De processtukken en de rechterlijke beslissingen, die moeten worden meegedeeld aan personen die zich op het grondgebied van een der Partijen bevinden, worden hun toegezonden hetzij rechtstreeks bij aangetekend schrijven door de bevoegde autoriteiten of deurwaarders, hetzij door bemiddeling van het bevoegd parket van de aangezochte Partij.”