Conclusie
Nummer 24/03737
Inleiding
valsheid in geschrift, meermalen gepleegd”;
valsheid in geschrift, meermalen gepleegd”;
aangifte doen dat een strafbaar feit gepleegd is, wetende dat het niet gepleegd is”;
Verduistering, meermalen gepleegd”
Het eerste middel
De bewezenverklaring en bewijsmotivering
in de periode van 29 maart 2020 tot en met 8 juni 2020 in Nederland, meermalen, geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten aanvragen Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren Covid-19 (TOGS), te weten:
inde periode
van 12 september 2020 tot en met 26 januari 2021 in Nederland, meermalen, geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een of meerdere aanvragen Tegemoetkoming Vaste Lasten, te weten
Verweren feiten 1 en 2
Een nadere omschrijving van het middel
indien een verdachte ontkent dat hij de elektronische ondertekening heeft gezet, hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring zal moeten geven hoe een onbevoegde van zijn digitale handtekening gebruik heeft kunnen maken en dat hem van dat onbevoegde gebruik geen verwijt kan worden gemaakt”. De eerste deelklacht houdt in dat deze overweging van een onjuiste rechtsopvatting getuigt, omdat het hof van een verkeerde rechtsregel is uitgegaan, dan wel doordat het hof de mogelijkheid heeft opengelaten dat sprake was van culpoos handelen. De tweede deelklacht houdt in dat het hof door het ‘witwas-stappenplan’ toe te passen, de onschuldpresumptie heeft geschonden en tevens de bewijslat van artikel 338 Sv Pro heeft verlaagd.
De bespreking van het middel
dat hem van dat onbevoegde gebruik geen verwijt kan worden gemaakt”, heeft het hof willen verduidelijken dat alleen een verklaring van de verdachte dat een ander zijn DigiD-account heeft gebruikt niet direct genoeg is om hem vrij te pleiten. De verklaring moet, om tot vrijspraak te kunnen leiden, ook meebrengen dat de verdachte het feit niet in een nauwe en bewuste samenwerking met die ander heeft gepleegd, zo begrijp ik het hof. De tenlastelegging omvat immers ook medeplegen. [5]
Het tweede middel
De bewezenverklaring en bewijsmotivering
op 9 september 2020 in Nederland aangifte heeft gedaan dat een strafbaar feit is gepleegd, door via internet opzettelijk en in strijd met de waarheid aangifte te doen van diefstal van zijn telefoon (iPhone 11 pro), inhoudende dat hij op 9 september 2020 om 14:00 uur in de trein van [station 1] richting Schiphol is gezakkenrold, wetende dat dat strafbare feit niet is gepleegd.”
1. Een proces-verbaal aangifte d.d. 21 september 2020 van de Koninklijke Marechaussee met nr. PL27MO/20-073034. Dit proces verbaal houdt onder meer in (pagina 13):
Het hof heeft bewezenverklaard dat de verdachte een valse aangifte van diefstal (van zijn mobiele telefoon) heeft gedaan. De tekst van de tenlastelegging houdt - onder meer - in dat de verdachte in zijn aangifte (ook) heeft verklaard dat hij is "gezakkenrold". Een dergelijke bewoording komt in de aangifte niet letterlijk voor. Het hof heeft dit deel van de tenlastelegging wél bewezenverklaard. Uit de tekst van de (valse) aangifte moet namelijk worden afgeleid dat de mobiele telefoon van de verdachte in een door hem vastgehouden tas zat, en na zijn ontwaken er opeens niet meer in zat. Naar normaal spraakgebruik kan de daaraan ten grondslag liggende diefstalhandeling worden geduid als zijnde zakkenrollerij.”
De bespreking van het middel
kunnenoverwegen en oordelen dat de diefstalhandeling waarop die aangifte ziet, is aan te duiden als ‘zakkenrollen’. Dat oordeel is, met andere woorden, niet onbegrijpelijk.