Conclusie
Nummer 24/03048 E
Inleiding
medeplichtigheid aan overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 8.40, eerste lid, van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een geldboete van € 6.000,-, waarvan € 3.000,- voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
Het middel
Bewezenverklaring, bewijsvoering en standpunt verdediging
[A] B.V. in de periode van 1 januari 2020 tot en met 19 april 2020 te [plaats] in de gemeente [...] , als degene die een inrichting dreef aan de [a-straat 1] te [plaats] waarin landbouwhuisdieren werden gehouden voor de productie van vlees, opzettelijk in een dierenverblijf voor de hoofdcategorie varkens (subcategorie biggenopfok (gespeende biggen)) dat was opgericht uiterlijk op 30 juni 2015,
in stal 3a een huisvestingssysteem heeft toegepast met een emissiefactor voor ammoniak van 0,69 kg NH3 per dierplaats per jaar, althans met een emissiefactor voor ammoniak die hoger is dan de maximale emissiewaarde voor ammoniak van 0,21 kg NH3 per dierplaats per jaar die is vermeld in de bij het Besluit emissiearme huisvesting behorende bijlage 1, kolom A, en
in stal 4a een huisvestingssysteem heeft toegepast met een emissiefactor voor ammoniak van 0,24 kg NH3 per dierplaats per jaar, althans met een emissiefactor voor ammoniak die hoger is dan de maximale emissiewaarde voor ammoniak van 0,21 kg NH3 per dierplaats per jaar die is vermeld in de bij het Besluit emissiearme huisvesting behorende bijlage 1, kolom A,
4. Een ander schriftelijk bescheid, te weten een Melding Activiteitenbesluit m.b.t. de verandering van de inrichting [verdachte] , met bijlagen, (…), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ondergetekenden
Beknopte omschrijving
Vrijspraak
De verdeling van de verantwoordelijkheden is uitdrukkelijk vastgelegd in de huurovereenkomst. Aan cliënte kwam geen enkele feitelijke bevoegdheid toe. Bij het primaire deel is daar al op ingegaan, compleet met relevante jurisprudentie, en de verdediging verwijst daar dan ook uitdrukkelijk naar.
Het klopt dat de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant [betrokkene 1] heeft aangeschreven naar aanleiding van de controle op 27 januari 2020 en de daarbij geconstateerde overtredingen. Direct daarop heeft [betrokkene 1] [betrokkene 2] aangesproken. In de huurovereenkomst is overeengekomen dat de huurder verantwoordelijk is voor de naleving van de geldende wet- en regelgeving. Cliënt was niet gehouden de huurder te controleren. Gelet op het voorgaande kan evenmin gezegd worden dat cliënt medeplichtig is geweest aan het haar tenlastegelegde feit.”
De bespreking van het middel
medeplichtigis geweest. Aan dat laatste worden immers andere eisen gesteld. In zoverre faalt het middel derhalve.