Het Hof heeft met betrekking tot het onder 2 bewezenverklaarde in zijn bewijsoverwegingen de volgende vaststellingen gedaan op basis waarvan het tot zijn – door de stellers van het middel bestreden – oordeel is gekomen:
(i.) nadat [slachtoffer 2] op 5 november 2015 is doodgeschoten, meldt de verdachte op diezelfde dag aan medeverdachte [betrokkene 1] dat zijn neef bezig is met het vergaren van informatie over hetgeen is gebeurd met betrekking tot de dood van [slachtoffer 2] ;
(ii.) de dag erna (op 6 november 2015) brengt de verdachte een bezoek aan medeverdachte [betrokkene 3] in de PI Almelo om hem het nieuws te brengen en de boodschap van [betrokkene 1] over te brengen dat hij ( [betrokkene 3] ) rustig moet blijven;
(iii.) [betrokkene 3] zet op diezelfde dag de verdachte in als tussenpersoon om aan te sporen actie te ondernemen, waaronder het verplaatsen van de kinderen van [betrokkene 3] naar een veilig onderkomen. Hij vraagt (over de telefoon) aan de verdachte of hij [betrokkene 1] heeft gesproken, waarop de verdachte aangeeft dat [betrokkene 1] er bovenop zit. De verdachte overweegt zelf die kant op te gaan om hieraan een bijdrage te leveren en deelt dat mede aan [betrokkene 1] ;
(iv.) op diezelfde 6 november 2015 wordt reeds gesproken over het inzetten van anderen om een wraakactie uit te voeren op de moordenaar(s) van [slachtoffer 2] . [betrokkene 2] en [betrokkene 1] spreken samen over het inzetten van mensen uit Saint Croix ;
(v.) [betrokkene 3] geeft de verdachte de opdracht om na te laten gaan welke vlucht vanuit Saint Kitts is gegaan. [betrokkene 3] wil kijken of ze "de kleine slanke man kunnen zien." De verdachte zegt toe dit te zullen doen;
(vi.) voordat de personen uit Saint Croix voor de wraakactie kunnen worden ingezet, doet [betrokkene 1] op 10 november 2015 een beroep op de verdachte om meer informatie te verkrijgen. [betrokkene 1] zegt tegen de verdachte dat de personen uit Saint Croix direct in actie kunnen komen, maar dat duidelijk moet worden "waar en wie.” Hierop reageert de verdachte dat hij er bijna achter is hoe het precies zit. Hij heeft informatie gekregen dat personen afkomstig uit Saint Kitts en Sint Maarten betrokken zijn bij de moord op [slachtoffer 2] ;
(vii.) op de vraag van [betrokkene 1] "wie dat ding gedaan heeft en wie achter dat ding staat", antwoordt de verdachte: " [betrokkene 6] e.a. en hun crew. Met [slachtoffer 1] e.a. Zij hebben dat ding laten doen. Dat over [betrokkene 6] e.a. is bijna zeker. Maar neef is bezig om het mij heel precies te zeggen";
(viii.) nadat de verdachte op 13 november 2015 [betrokkene 3] weer in de PI heeft bezocht, fungeert hij daarna wederom als tussenpersoon in de communicatie tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] . [betrokkene 3] is boos. Hij snapt niet waarom er zo lang over wordt gedaan, er moet gas worden gegeven;
(ix.) de verdachte reist vervolgens op 20 november 2015 naar Curaçao en vertrekt zes dagen later naar Sint Maarten. [betrokkene 3] bespreekt de moord op [slachtoffer 2] , (het achterhalen van) de vermoedelijke daders hiervan, waaronder [slachtoffer 1] , [betrokkene 5] en [betrokkene 6] en het inzetten van huurmoordenaars om wraak te nemen ook met anderen, zoals [betrokkene 8] en [betrokkene 4] . Daarbij stuurt hij ook personen aan om actie te ondernemen;
(x.) de plannen om de verantwoordelijken voor de moord op [slachtoffer 2] te wreken worden vervolgens op 9 en 10 november 2015 concreter gemaakt door [betrokkene 1] en [betrokkene 2] . Zij spreken over hoe de personen uit Saint Croix naar Saint Martin kunnen gaan en wat deze personen betaald dienen te krijgen om (onder andere) [slachtoffer 1] van het leven te beroven;
(xi.) op 14 november 2015 zegt [betrokkene 3] dat [slachtoffer 1] binnenkort wordt vermoord;
(xii.) in de periode december 2015 tot en met februari 2016 zet de verdachte het contact met [betrokkene 3] voort. Uit PGP-gesprekken in december 2015 blijkt dat de verdachte wacht op informatie van de mannen van ' [naam 1] '. De verdachte geeft aan [betrokkene 3] door dat hij, zodra ' [naam 1] ' reageert, de dingen zal regelen. Op 31 maart 2016 zegt de verdachte [betrokkene 3] opnieuw toe om er gas onder te zetten en zegt [betrokkene 3] dat het niet lang meer duurt voordat het zover is;
(xiii.) uiteindelijk wordt [slachtoffer 1] op 8 april 2016 beschoten door twee onbekend gebleven daders. Uit een gesprek tussen [betrokkene 1] en [betrokkene 7] van 10 april 2016 blijkt dat men op die datum nog steeds bezig is te achterhalen wie de (overige) opdrachtgever(s) is/zijn geweest van de moord op [slachtoffer 2] , wie ervoor betaald heeft en wie uitvoerders waren;
(xiv.) [betrokkene 2] , [betrokkene 7] en [betrokkene 1] spreken op 10 april 2016 ook over hoe [slachtoffer 1] er na de moordpoging aan toe is, dat "ze allemaal plat moeten gaan" en wat ze gaan betalen. De betaling van de huurmoordenaars wordt afgewikkeld door [betrokkene 1] en [betrokkene 2] .