Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
GR Real) heeft het hof het beding in de algemene voorwaarden van Rabobank waarop de opeising van de leningen gebaseerd is, ambtshalve getoetst, [1] maar volgens het hof is dat beding niet oneerlijk of onredelijk bezwarend. Het hof heeft het bestreden vonnis bekrachtigd.
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
executoriaalbeslag was overgegaan (hiervoor 2.1 onder v in verband met art. 704 lid 1 Rv Pro) en na de mededeling door de deurwaarder van [betrokkene 1] dat geen betalingsregeling met [de echtgenoot] was tot stand gekomen en diens aankondiging dat hij de executie ter hand zou nemen (hiervoor 2.1 onder ix).
op zichzelf nog nietdat bij de toetsing van artikel 15 aanhef Pro en onder d AV op oneerlijkheid in de zin van de Richtlijn 93/13 buiten beschouwing moet blijven wat het beding daarover inhoudt. De toetsing op oneerlijkheid ziet immers op
alle bedingendie verband houden met het voorwerp van het geding zoals dat door de partijen is afgebakend [5] en bij die toetsing moet worden uitgegaan van het moment waarop de betrokken overeenkomst is gesloten, rekening houdend met alle omstandigheden waarvan de wederpartij van de consument op dat moment kennis kon hebben en die gevolgen konden hebben voor de latere uitvoering van die overeenkomst. [6] Is een beding oneerlijk, dan bindt het de consument niet (art. 6 lid 1 Richtlijn Pro 93/13) en gaat de rechter (nadat partijen hun standpunt kenbaar hebben kunnen maken) ambtshalve over tot vernietiging van het beding. [7] Uit een en ander volgt dat wat een beding inhoudt met betrekking tot een situatie die zich in concreto niet voordoet, bij de vraag of het beding oneerlijk en daarmee onredelijk bezwarend is, wel degelijk mede in aanmerking kan komen.
a fortiorivoor de bedingen in de algemene voorwaarden van Rabobank met betrekking tot enerzijds executoriaal beslag en anderzijds andere situaties, namelijk conservatoir beslag, van bewind, van beheer of van verhaal op andere manier.
conservatoirbeslag, van bewind, van beheer of van verhaal op andere manier. De omstandigheid dat de bedingen voor die andere situaties zijn neergelegd in hetzelfde artikel 15 aanhef Pro en onder d AV, en de bedingen dus zijn vormgegeven als onderdelen van dezelfde contractuele bepaling, maakt dit niet anders. Dat aldus in onze zaak alleen ter toets komt of het beding met betrekking tot de situatie van executoriaal beslag oneerlijk is, is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, dat een algemeen beginsel van Unierecht is en vereist dat de nationale regeling waarbij dit recht ten uitvoer wordt gelegd, niet verder gaat dan noodzakelijk is om het nagestreefde doel te bereiken. [15] De rechter vernietigt niet meer dan nodig is om ‘de juridische en feitelijke situatie te herstellen waarin de consument zich zonder het oneerlijke beding zou hebben bevonden’. [16]
ASR): [18]
Naar aanleiding van omstandigheid a.Wat artikel 15 aanhef Pro en onder d AV inhoudt met betrekking tot
conservatoirbeslag komt niet in aanmerking (zie hiervoor).
Naar aanleiding van omstandigheid b.Dat het beding geldt bij een beslag op alle goederen, dus ook op goederen die geen, althans onvoldoende bedreiging voor het verhaal van de hypotheekhouder zouden opleveren, lijkt mij in verband met de door art. 6:238 lid 2 tweede Pro volzin BW voorgeschreven uitleg
contra proferentemniet vanzelfsprekend. Hoe dan ook, voor zover artikel 15 aanhef Pro en onder d AV wel degelijk ook ziet op andere goederen dan die voorwerp van het hypotheekrecht van Rabobank zijn, is in zoverre opnieuw sprake van een beding dat afzonderlijk kan en mag worden getoetst (ik bedoel het beding dat artikel 15 aanhef Pro en onder d AV met betrekking tot executoriaal beslag op het verbonden goed inhoudt), terwijl het eventuele beding met betrekking tot beslag op andere goederen geen verband houdt met het voorwerp van het geding. Daarvoor geldt dus hetzelfde als wat hiervoor is gezegd over de bedingen met betrekking tot de situaties van conservatoir beslag, van bewind, van beheer of van verhaal op andere manier.
Naar aanleiding van omstandigheid c.Dat het beding geldt bij iedere hoogte van de beslagvordering, behoefde het hof niet tot een ander oordeel te brengen. Ieder executoriaal beslag op het verbonden goed kan leiden tot daadwerkelijke executie en aldus afbreuk doen aan het recht van parate executie van de hypotheekhouder (art. 3:268 BW Pro). Dat geldt dus ook voor executoriaal beslag voor kleine vorderingen.
Naar aanleiding van omstandigheid d.De vermelde omstandigheid heeft weer betrekking op conservatoir beslag, wat niet in aanmerking komt.
Naar aanleiding van omstandigheid e.Ieder executoriaal beslag leidt er potentieel toe dat de hypotheekhouder de regie kwijtraakt die de wetgever hem met het recht van parate executie heeft gegund.
Naar aanleiding van omstandigheid f.Wat artikel 15 aanhef Pro en onder d AV inhoudt met betrekking tot onderbewindstelling van het vermogen van de hypotheekgever komt niet in aanmerking (zie hiervoor).
Naar aanleiding van omstandigheid g.Wat artikel 15 aanhef Pro en onder d AV inhoudt met betrekking tot beheer komt niet in aanmerking (zie hiervoor).
Naar aanleiding van omstandigheid h.Wat artikel 15 aanhef Pro en onder d AV inhoudt met betrekking tot verhaal op andere manier komt niet in aanmerking (zie hiervoor).