Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
de rechtbank)ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden, tot en met 24 april 2026. Het verzoek van de officier van justitie was ingediend op 26 maart 2025. De rechtbank had daarom niet binnen de in art. 6:6 lid 2 Wvggz Pro opgenomen beslistermijn van drie weken beslist. Op die grond heeft de Hoge Raad op verzoek van betrokkene bij beschikking van 10 oktober 2024 voornoemde beschikking van de rechtbank vernietigd voor zover daarin was bepaald dat de zorgmachtiging gold tot en met 24 april 2026. De Hoge Raad heeft de zaak zelf afgedaan, door te bepalen dat de door de rechtbank verleende zorgmachtiging gold voor zes maanden tot en met 24 oktober 2025. [2]
Sociaal psychiatrische verpleegkundige]: meneer is bij ons in behandeling en hij verblijft hier [ [verblijfsplaats] (…)] al een geruime tijd, maar het enige wat hij van ons accepteert is zijn depotmedicatie. Daar komt hij een keer in de maand voor en dat accepteert hij omdat dat moet van de rechter. Hij houdt zich daar wel aan. (...)
de bestreden beschikking) heeft de rechtbank een zorgmachtiging verleend tot en met 23 april 2026. De rechtbank overweegt dat uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie en een stoornis in middelengebruik (rov. 2.3). Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel (rov. 2.4). [4]
3.Bespreking van het cassatiemiddel
4.b Wat zijn de symptomen die betrokkene vertoont?